Regels bij judo

Judo is een vechtsport die van oorsprong een Japanse zelfverdedigingskunst was. Daarom is het bij de sport vandaag de dag nog steeds enorm belangrijk dat deelnemers respect voor elkaar hebben. Voor een partij en na afloop ervan, moeten deelnemers elkaar groeten als teken van respect. Het woord ‘Judo’ betekent ‘zachte weg’. Het respect voor elkaar hebben is dan ook meteen één van de meest belangrijke regels van deze sport.

Officiële wedstrijdbepalingen judo downloaden →Officieel wedstrijdreglement judo downloaden →

Uitleg over judo:

    Kinderen met zwarte en gele judobanden

    Geschiedenis van judo

    Judo is dus van oorsprong een Japanse zelfverdedigingskunst. De sportvorm werd in de jaren 80 van de negentiende eeuw ontwikkeld door Jigoro Kano. De Japanse trainer had niet alleen als doel de training van het lichaam, maar ook de ontwikkeling van de geest. Jigoro was vroeger een klein en mager mannetje Hij werd veel gepest, maar hij deed nooit iets terug, want dat durfde hij niet. Op zijn zestiende besloot hij een jiu-jitsu school binnen te stappen, omdat hij had gehoord dat je daar kon leren hoe je een grotere en sterkere tegenstander kon verslaan. Door de lessen die hij daar kreeg, verbeterde zijn conditie, werd hij sterker en voelde hij zich ook mentaal sterker. Hierdoor kwam hij meer voor zichzelf op wanneer hij gepest werd door andere kinderen. Hij merkte alleen ook dat jiu-jitsu redelijk agressief kon zijn. Het was bij die sport namelijk toegestaan om te stoten met de vuisten, te trappen met de voeten en te steken met de vingers. Hierdoor zat Kano vaak onder de pleisters na jiu-jitsu trainingen. Hij vond dus dat de sport beter zou kunnen. Na veel trainingen te hebben gevolgd en veel uit te hebben geprobeerd kwam Kano in 1882 met het ‘kodokan judo’. Judo was een stuk veiliger dan jiu-jitsu. Jiu-jitsu draaide om het verslaan van je tegenstander, soms ging dat zelfs zo ver dat ze niet meer op konden staan. Judo was meer een spel, hoe je iemand kon werpen of onder controle kon houden op de grond zonder diegene pijn te doen. Kano had bij het bedenken van Judo ook een sterke training van de geest voor ogen. De filosofie van Kano wordt gekenmerkt door twee belangrijke begrippen:

    • ‘Seiryoku Zenyo’: Maximale effectiviteit met minimale inzet. Wat iemand doet, moet met optimale inzet van geestelijke en lichamelijke energie gebeuren. Bij judo leer je de kracht van de tegenstander te gebruiken om hem te verslaan. Dit is de kunst van het doen van de juiste dingen op het geschikte moment.

    • Jita Kyoei’: Wederzijds profijt en welbevinden. Deelnemers moeten respect hebben voor de ander en voor zichzelf. Bij judo leren tegenstanders om samen te werken om de vaardigheden aan te leren die belangrijk zijn voor de sport. Zonder tegenstander is het immers onmogelijk om de sport te leren.

    Daarnaast heeft Kano een code opgezet voor het judo, waar iedere judoka zich aan moet houden:

    • Beleefdheid: Respect naar anderen

    • Moed: Om het te doen ondanks dat het soms tegen zit

    • Oprechtheid: Eerlijk zijn in woord en daad

    • Zelfbeheersing: Leren om kalm te blijven als je boos wordt

    • Eer: Trouw zijn aan het gegeven woord en eigen mening

    • Bescheidenheid: Over jezelf spreken zonder trots

    • Vriendschap: Het meest pure gevoel van de mens

    • Respect: Anderen in hun waarde laten

    Welke regels zijn er bij judo?

    Kleding en hygiëne

    Een judoka draagt een judopak. De officiële naam voor zo’n judopak is ‘judogi’. Een judogi bestaat uit een broek en een jas. Over de jas wordt een graduatieband gedragen op heuphoogte. De kleur van die band geeft aan welke graduatie de judoka heeft. Vrouwelijke deelnemers moeten een wit t-shirt met korte mouwen of een witte bodystocking met korte mouwen onder de judogi dragen. De kleur van een judogi is blauw of wit. De witte judogi wordt gedragen door de judoka die als eerst op wordt geroepen. Deze judoka staat altijd aan de rechterkant van de hoofdscheidsrechter. Degene die daarna wordt opgeroepen draagt de blauwe judogi. De blauwe judogi hoeft echter niet altijd gedragen te worden, maar wordt pas verplicht gesteld bij bepaalde kampioenschappen en toernooien. Wanneer de blauwe judogi niet verplicht is, dragen beide spelers een witte judogi. In dat geval dragen ze beiden een band over hun graduatieband. De ene judoka een witte en de ander een rode. Daarnaast zijn er nog twee eisen waar een judoka aan moet voldoen:

    • De judoka moet schoon en fris zijn

    • De judogi moet voldoen aan bepaalde afmetingen

    Die afmetingen zijn:

    • Er moet 5 centimeter tussen het begin van de hand en het einde van de mouwen zitten

    • Er moet 5 centimeter tussen het begin van de voet en het einde van de broekspijp zitten

    • Het stuk mouw dat onder de arm hangt moet tussen de 10 en 15 centimeter zijn

    • De lus van de graduatieband die los hangt moet tussen de 20 en 30 centimeter lang zijn

    Puntentelling

    • Ippon: Een Ippon is de hoogste score die een judoka kan behalen in een wedstrijd. Het zijn 10 judopunten. Wanneer een judoka een Ippon scoort, is de wedstrijd daarna meteen afgelopen. Een Ippon betekent dat een tegenstander moet voldoende snelheid direct op de rug wordt geworpen of over de volledige rug rolt.

    • Waza-ari: Een Waza-ari is 7 judopunten waard. Het scoren van twee Waza-ari staat gelijk aan één Ippon. Een Waza-ari wordt gegeven wanneer de tegenstander niet direct op de rug valt, maar bijvoorbeeld op zijn zij of van zijn zij naar de rug rolt.

    Wanneer een judoka zijn tegenstander vanuit een staande positie direct op de rug werpt en de scheidsrechter roept Ippon, dan betekent dit dat deze judoka heeft gewonnen. Hierna roept de scheidsrechter sore-made, wat betekent dat de wedstrijd af is gelopen. Alleen de Waza-ari’s kunnen worden opgeteld tot 2 Waza-ari’s. Wanneer een judoka in dezelfde wedstrijd een Waza-ari scoort, roept de scheidsrechter Waza-ari awasete Ippon, wat betekent dat deze judoka de wedstrijd heeft gewonnen. In een judogevecht kan een judoka ook punten scoren in een grondgevecht (ne-waza). Er zijn drie soorten technieken waarmee een judoka kan scoren in een grondgevecht:

    • Houdgrepen (oseakomi-waza)

    • Verwurgingen (shime-waza)

    • Verwurgingen (shime-waza)

    Een Oseakomi-waza is de Japanse naam voor een houdgreep. Een houdgreep is een techniek waarbij de judoka zijn tegenstander, die op zijn rug ligt, zodanig vasthoudt dat de tegenstander zich niet meer uit zijn greep kan bevrijden.

    Hoe scoort een judoka met een houdgreep?
    Wanneer een judoka zijn tegenstander in een houdgreep heeft, roept de scheidsrechter: oseakomi. Dit wil de judoka in de houdgreep natuurlijk niet, dus probeert hij of zij zich hieruit te bevrijden. De houdgreep wordt verbroken als de judoka binnen 20 seconden loskomt of met zijn benen een been van zijn tegenstander klem zet. Wanneer de houdgreep wordt verbroken, roept de scheidsrechter: toketa. Er komt dan alsnog een waardering voor de tijd dat de judoka zijn tegenstander in de houdgreep hield. - Is de houdgreep binnen 10 seconden verbroken, dan krijgt de judoka geen punten- Wordt de houdgreep tussen de 10 tot en 19 seconden verbroken, dan is het een waza-ari- Wanneer de houdgreep 20 seconden aanhoudt, roept de scheidsrechter ‘Ippon’ en is de wedstrijd afgelopen

    Hoe scoort een judoka met een verwurging?
    De verwurging is een techniek die op de hals van de tegenstander wordt aangezet, waardoor de tegenstander in ademnood raakt. Wanneer de tegenstander moet aftikken, of bewusteloos raakt omdat er niet op tijd werd afgetikt, roept de scheidsrechter ‘Ippon’. De judoka die aftikt, heeft de wedstrijd verloren. Een judoka mag enkel een verwurging inzetten in een grondgevecht, dus niet wanneer de judoka’s nog staan.

    Hoe scoort een judoka met een armklem?
    De armklem is een techniek waarbij een judoka de arm van een tegenstander overstrekt of overbuigt. Tikt de tegenstander in de armklem af, dan roept de scheidsrechter ‘Ippon’ en is de wedstrijd afgelopen. De judoka die aftikt heeft dan verloren. De armklem mag enkel worden toegepast op een ellebooggewricht en net als de verwurgingen, alleen tijdens een grondgevecht. 


    Overtredingen

    Er zijn twee soorten overtredingen die voor kunnen komen bij een judowedstrijd:

    • Shido: Dit is voor lichte overtredingen

    • Hansoku-make: Dit is voor ernstige overtredingen

    Wordt een judoka bestraft met een hansoku-make, dan heeft hij of zij de wedstrijd verloren. De tegenstander is dan natuurlijk automatisch de winnaar. De lichte overtredingen die een judoka begaat, de shido’s, worden bij elkaar opgeteld. De 3e shido wordt automatisch een hansoku-make. De wedstrijd is dan ook meteen voorbij.

    Wanneer wordt een judoka bestraft met shido?
    Er zijn een hoop overtredingen waarvoor een judoka bestraft kan worden met shido. Dit zijn de meest voorkomende overtredingen:

    • De judoka pakt zijn tegenstander op een verkeerde manier vast (kumi-kata). De judoka moet zijn of haar tegenstander met twee handen vastpakken. Met één hand judoën mag wel, maar dit moet echt van korte duur zijn en mag enkel voorkomen in het gevecht om de judopakking.

    • De judoka wacht te lang met het maken van een aanval en is dus niet actief.

    • De judoka pakt zijn of haar tegenstander met een éénzijdige pakking vast, zonder aan te vallen of een aanval voor te bereiden. Een eenzijdige pakking houdt in dat een judoka de kimono van de tegenstander aan één kant vastpakt.

    • De judoka loopt zonder noodzaak de gevechtsruimte uit.

    Wanneer wordt een judoka bestraft met hansoku-mate?
    Er zijn meerdere situaties waarin een judoka bestraft kan worden met hansoku-mate. Dit zijn de overtredingen die het meest voorkomen:

    • De judoka loopt of vlucht, zodat de tegenstander hem of haar niet kan pakken

    • De judoka krijgt een derde shido, dit is altijd een hansoku-mate

    • De judoka voert een techniek uit waarmee hij of zij zichzelf of de tegenstander in gevaar brengt

    Wanneer een judoka wordt bestraft met een directe hansoku-mate, wordt de wedstrijd beëindigd en wint de andere judoka met een Ippon. Een directe hansoku-mate betekent dat een judoka in één keer een hansoku-mate krijgt. Een indirecte hansoku-mate bestaat uit drie shido’s.

    Wordt een judoka met een hansoku-mate ook gediskwalificeerd voor het hele toernooi? Nee, dat hoeft niet zo te zijn. In sommige gevallen is een hansoku-mate enkel een diskwalificatie voor de betreffende wedstrijd. De judoka mag dan aan de volgende wedstrijd weer gewoon deelnemen. Dit is het geval in de volgende situaties:

    • Diving: Met een werptechniek direct met je hoofd naar de mat duiken

    • Judopak niet in orde: Het judopak voldoet niet aan de juiste afmetingen

    • Wegvluchten van de wedstrijd: Wegrennen zodat je tegenstander je niet meer vast kan pakken

    • Head-defence: De judoka gebruikt zijn of haar hoofd als steunpunt om te zorgen dat hij of zij niet op de rug terecht komt

    Alle andere bestraffingen waarbij een judoka hansoku-mate krijgt, betekenen dat de judoka niet meer aan de rest van het toernooi deel mag nemen. Deze straf wordt onder andere gegeven in de volgende situaties:

    - Een judoka verricht een handeling waarbij de tegenstander of de judoka zelf gewond kan raken of verricht een handeling die in strijd kan zijn met de geest van judo.

    Puntentelling: scoren en manieren van gooien

    Alleen het team dat aan slag is kan bij honkbal punten scoren, daarom bestaat iedere inning uit twee speelhelften. Zo is ieder team per inning een keer aan slag. Het honkbalveld bestaat uit vier honken.

    Een team verdient een punt wanneer een aanvallende speler alle vier de honken gepasseerd is. Lukt het een speler om alle vier de honken in één slagbeurt te passeren, dan is er sprake van een homerun.

    Homerun

    Een homerun levert ook één punt op, plus de binnengeslagen punten van andere honklopers die nog op het veld stonden.

    Werper/Pitcher

    De bal wordt gegooid door een werper, ook wel pitcher genoemd, van het verdedigende team. Hij gooit de bal vanaf het vierde honk, ook wel de thuisplaat genoemd. De bal moet over de plaat gaan, tussen knie- en elleboog hoogte van de slagman. Dit noemen we ook wel de slagzone. Er staat altijd een plaatscheidsrechter bij die de worp beoordeelt, hij staat achter de catcher en de thuisplaat. Blijft de worp niet in de slagzone, dan telt het als een ‘wijd’, zolang de slagman niet probeert de bal te slaan. Probeert hij dit wel, dan telt de worp toch als ‘slag’, al bleef hij niet binnen de slagzone. Blijft de worp wel gewoon binnen de slagzone, dan telt het als een ‘slag’, ook als de slagman niet probeert om de bal te slaan. Heeft de slagman de bal na drie keer ‘slag’ nog niet geraakt, dan is hij uit. Gooit de werper vier keer ‘wijd’, dan mag de slagman zonder de bal te slaan naar het eerste honk lopen. Dit mag ook wanneer de slagman met de bal geraakt wordt door de werper. De slagman moet dus in principe de worp snel kunnen beoordelen. Hij moet immers bepalen of hij moet proberen te slaan of niet.

    Officiële judo regels (JBN) downloaden

    Ben je benieuwd naar de uitgebreide versie van de officiële regels van judo? Op de website van de JBN kun je het wedstrijdreglement en de wedstrijdbepalingen downloaden. Klik op de buttons hiernaast om ze meteen te downloaden.

    Officiële wedstrijdbepalingen judo downloaden →Officieel wedstrijdreglement judo downloaden →

    Hoe speel je judo?

    Twee mannen spelen judo, de ene in het blauw en de andere in het wit

    Judo kun je natuurlijk niet leren in je eentje, je hebt altijd een tegenstander nodig. Daarom is respect ook zo’n belangrijk onderdeel van de sport. Respect voor je tegenstander, maar ook voor jezelf. Daarom gelden er een aantal regels in iedere dojo waar je judo kunt beoefenen. Regels voor kleding, gedrag en hygiëne. De hygiëne regels zijn als volgt:- Het judopak moet intact, schoon en zonder onprettige geur zijn. - De nagels van voeten en handen moeten kortgeknipt zijn om verwondingen en infecties te voorkomen. - De persoonlijke hygiëne moet van hoge kwaliteit zijn, voor iedere deelnemer. - Heb je lang haar, dan moet dit opgebonden zijn om ongemak voor jezelf en andere deelnemers te vermijden. - Vrouwen dragen een wit shirt met korte mouwen, een hemd met spaghettibandjes is niet toegestaan, want die trek je te makkelijk kapot. - Loop je op slippers, dan moet je eerst je voeten wassen voordat je de mat oploopt. Een judowedstrijd vindt altijd plaats tussen twee judoka’s. De ene knoopt een rode band om het middel of draagt een blauw judopak, zodat de scheidsrechter ze goed uit elkaar kunnen houden.

    Hajime (begin)
    Wanneer beide judoka’s op de mat staan, geeft de scheidsrechter het beginsignaal, ook wel hajime genoemd. Beide deelnemers proberen via een worp of bepaalde controletechniek op de grond punten te scoren. 

    Judogevecht
    Het judogevecht is waar de deelnemers proberen punten te scoren door het uitvoeren van bepaalde technieken of worpen. 

    • Tachi-waza: Tachi-Waza omvat alle worpen en technieken die staand uit worden gevoerd. Bij tachi-waza is het erg belangrijk om te leren het juiste samenspel onder de knie te krijgen van de armen, rotatie van het lichaam, body contact en het voetenwerk. 

    • Ne-waza: De Ne-waza omvat alle technieken die in het grondgevecht in kunnen worden gezet. De technieken die hieronder vallen zijn de houdgrepen (osaekomi-waza), verwurging (shime-waza) en armklemmen (kansetsu-waza). Er worden wel eens toernooien georganiseerd waarbij alleen Ne-waza is toegestaan. De staande worpen en technieken mogen hier dus niet in worden gezet. 

    • Mate: Mate betekent ‘stop’ of ‘wacht’. Dit wordt door de scheidsrechter geroepen wanneer het nodig is om de wedstrijd te stoppen. Dit kan bijvoorbeeld zijn omdat er te lang niets gebeurt of omdat de judoka’s de wedstrijd voortzetten buiten de mat. Mocht er iets worden gedaan dat tegen de regels is of de veiligheid van de deelnemers in gevaar brengt, dan mag de scheidsrechter de wedstrijd ook stilleggen. 

    Sore-made (einde)
    Sore-made is wat de scheidsrechter zegt wanneer de wedstrijd ten einde komt. Wanneer hij of zij ‘sore-made’ zegt, gaan beide judoka’s terug naar hun plek en wijst de scheidsrechter aan wie de winnaar is. 

    Worpen en insluitingsechnieken / grondtechnieken

    • Ashi-waza (beenworpen): 

    • Kata-waza (schouderworpen)

    • Goshi-waza (heupworpen)

    • Te-waza (armworpen, eigenlijk handtechnieken)

    • Sutemi-waza (offerworpen)

    • Osae-komi-waza (houdgrepen)

    • Kansetsu-waza (armklemmen)

    • Shime-waza (verwurgingen)

    Judobanden

    RankKleur band
    6e KyuWitte band
    5e KyuGele band
    4e Kyu Oranje band
    3e Kyu Groene band
    2e Kyu Blauwe band
    1e Kyu Bruine band

    Terminologie

    Twee mannen beoefenen judo

    Aangezien judo van oorsprong Japans is, zijn er een hoop termen die langskomen in het Japans. Hieronder hebben we een overzicht gemaakt van veelgebruikte termen en wat ze betekenen:

    • Ippon: Een Ippon is een vol punt. Als een judoka een Ippon behaalt, heeft hij of zij de wedstrijd gewonnen. Een Ippon kan behaald worden door middel van een houdgreep, verwurging, armklem of goede worp.

    • Maté/matte: Als de scheidsrechter dit roept, wordt de wedstrijd tijdelijk onderbroken.

    • Sore-made: Als een scheidsrechter dit roept, is de wedstrijd afgelopen.

    • Waza-ari: Het op 1 na hoogste punt dat je kunt behalen. Wanneer een judoka er hier twee van heeft, heeft hij of zij een Ippon. Een judoka behaalt dit door een houdgreep 10 tot 19 seconden vol te houden.

    • Hansoku-make: Dit is de straf die een judoka krijgt voor een ernstige overtreding. De judoka die wordt bestraft met hansoku-make wordt geschorst van de wedstrijd en in sommige gevallen van het hele toernooi, afhankelijk van de overtreding.

    • Shido: Shido is ook een straf die een judoka kan ontvangen, maar dan voor een mildere overtreding. De eerste shido die een judoka krijgt, telt als een waarschuwing. Bij een tweede shido, ontvangt je tegenstander punten. Een derde shido betekent dat je een hansoku-make krijgt en dus gediskwalificeerd wordt voor de wedstrijd.

    • Osae-komi: De scheidsrechter roept dit wanneer er sprake is van een houdgreep. Hij noemt hier dan ook de kleur bij van degene die bovenop ligt.

    • Toketa: Degene die in de houdgreep lag, is hieruit gekomen.

    • Hiki-wake: Beide deelnemers hebben evenveel punten behaald en de wedstrijd eindigt dus in gelijkspel.

    • Hadjime: Wanneer de scheidsrechter dit zegt, wordt de wedstrijd hervat.

    • Sone-mama: Dit betekent als het ware hetzelfde als matte. Dit gebeurt meestal wanneer een van de deelnemers gewond is geraakt. De wedstrijd wordt hervat in de exacte posities waarin de judoka’s zich bevonden voor het onderbreken van de wedstrijd.

    • Yoshi: Dit betekent dat de wedstrijd weer verder gaat nadat er sone-mama is gezegd door de scheidsrechter.

    • Hantei: Dit betekent dat er sprake is van gelijk spel, maar de scheidsrechters bepalen wie de winnaar is. Dit doen ze door bordjes of hun hand op te steken naar de kant die ze als winnaar uitroepen.

    Benodigdheden om te judoën

    Wat heb je nodig om judo uit te oefenen:

    • Judopak (judogi)

    • Judomat

    • Judo band

    • Elleboog beschermers

    • Knie beschermers

    • Scheenbeschermers

    • Graduatieband

    Twee mannen spelen judo en een man gaat neer

    Veelgestelde vragen bij judo

    Hoe verloopt een judowedstrijd?

    Een judowedstrijd begint wanneer de scheidsrechter het signaal geeft. De judoka’s proberen punten te scoren met worpen en technieken, op de grond of staand. Aan het einde van de wedstrijd wint de deelnemer met de meeste punten.

    Hoe groeten judoka’s elkaar?

    De judoka’s staan tegenover elkaar en buigen tegelijkertijd naar elkaar.

    Hoe worden punten geteld bij judo?

    Judoka’s krijgen punten voor worpen en technieken. Met een Ippon heb je de wedstrijd per direct gewonnen, je krijgt hier tien punten voor. Een waza-ari is zeven punten waard en met twee waza-ari’s heb je een Ippon.

    Hoe gaat het einde van een judowedstrijd?

    Een wedstrijd eindigt wanneer een judoka een Ippon behaald, of wanneer een judoka gediskwalificeerd wordt met een hansoku-mate. De scheidsrechter roept ‘sore-made’ en de wedstrijd is afgelopen.

    Hoe lang gaat een wedstrijd door bij judo?

    Een judowedstrijd heeft geen vaste duur. Het hangt af van hoe snel er punten behaald worden. Bij senioren is dit vaak rond de 5 minuten en bij de jeugd tussen de 2 en 4 minuten.

    Hoe gaat het begin van een judowedstrijd?

    Een judowedstrijd begint met de deelnemers die elkaar groeten. Hierna gaan ze klaar staan en wachten ze op het startsignaal van de scheidsrechter.

    Wat is het verschil tussen judo, aikido en jiujitsu?

    Judo is een stuk geweldlozer dan aikido en jiujitsu. Er zijn veel minder dingen toegestaan en respect staat op de eerste plaats.

    Is judo een olympisch spel?

    Jazeker, judo werd in 1964 voor het eerst beoefend op de Olympische Spelen.

    Hoe groet je iemand bij judo?

    Door tegenover elkaar te staan en naar elkaar te buigen.

    Wat betekent Yuko?

    Yuko staat voor het op 1 na laagste punt dat je kunt halen bij judo. Een judoka ontvangt Yuko wanneer zijn tegenstander de tweede shido begaat.